We willen evenwel thans niet eindigen zonder een woord van oprechten dank te brengen aan Ds. Drost te Angerlo, die den mannelijken moed had, te doen, wat plicht en geweten hem voorschreven. WelEerw. stelde de Justitie met de zaak in kennis, die anders waarschijnlijk met het kind begraven zou zijn gebleven.(Graafschapsbode, 17-2-1900)
In februari 1900 stond een artikel in de Graafschapsbode waarin ds. Drost werd bedankt. Het gaat hier om ds. Adrianus Drost (1870 – 1947), voorganger in Angerlo. Er wordt in het korte stukje gesproken over ‘mannelijke moed’ en ‘plicht en geweten’. De laatste zin van het citaat is nogal cryptisch; wie of wat zou ‘met het kind begraven zijn gebleven’?
Johan Tiecken
Het artikel is er een van de velen die in de eerste maanden van de twintigste eeuw in de landelijke pers stonden en die verhaalden over de tragische dood van de twaalfjarige Johan Tiecken uit Angerlo. Johan woonde bij zijn overlijden niet in Angerlo maar in wezendorp Neerbosch bij Nijmegen. Niet dat hij wees was, maar omdat zijn vader was overleden en zijn moeder niet in staat was te zorgen voor zowel het grote gezin als het inkomen. Daarom werd Johan op kosten van de diaconie in Neerbosch geplaatst. Tot zover een prima oplossing.

Neerbosch was met recht een dorp met grote gebouwen, een kerk, een school, werkplaatsen, tuinen, heel veel kinderen en zelfs een eigen drukkerij en uitgeverij. Aan het eind van de negentiende eeuw woonden er maar liefst meer dan 1100 kinderen. Er werd toen wel gesproken over het kazernemodel voor de wezenzorg; grootschalige zorg voor grote groepen kinderen in enorme gebouwen.
Plotseling overlijden
Op een tragische dag bleef Johan in bed liggen omdat hij niet lekker was. De begeleiders met de opvallende namen Lak en Drektraan vertrouwden het niet – ze dachten dat hij zich aanstelde – en haalden de jongen meer dan hardhandig uit bed. Die hardhandige behandeling had – direct of indirect – de dood van Johan tot gevolg. De moeder van Johan werd door de directie van Neerbosch via een onpersoonlijke briefje in kennis gesteld. De leiding dacht dat daarmee de zaak afgedaan was – zand erover. Ds. Drost hoorde van het overlijden van Johan, las het briefje en kreeg argwaan. De zaak kwam in handen van justitie en op zeker moment is zelfs het stoffelijk overschot van Johan opgegraven voor sectie. De l andelijke kranten berichtten uitgebreid over de gebeurtenissen in Neerbosch en de rechtsgang. Uiteindelijke werden de beide zaalwachten Drektraan en Lak schuldig bevonden en veroordeeld tot een boete van ieder fl. 10,-.
Eerder is een artikel van mijn hand verschenen in ons mededelingenblad waarin de achtergronden van dit verhaal zijn beschreven. Zie het nummer van december 2018. Het gaat me nu om de term mannelijke moed.

Ingang naar het kerkhof van Het wezendorp
Mannelijke moed: toen en nu
Het beeld van wat ‘mannelijke moed’ betekent, is in de twintigste eeuw sterk veranderd. Rond 1900 waren de traditionele rollen voor mannen en vrouwen heel duidelijk. Mannen werden gezien als leiders, kostwinners en beschermers. Van hen werd verwacht dat ze sterk en onverschrokken waren. Moed betekende vooral fysieke dapperheid: vechten in een oorlog, gevaar trotseren of verantwoordelijkheid nemen voor het gezin, ongeacht de persoonlijke gevolgen. Een man die zijn emoties liet zien, werd al snel als zwak beschouwd. Echte moed bestond uit plichtsbesef, discipline en opoffering voor het vaderland of het gezin.
In de twintigste eeuw is de samenleving individualistischer en gelijkwaardiger geworden, en de vaste scheiding tussen mannelijk en vrouwelijk is minder streng. Tegenwoordig wordt moed niet alleen gezien als iets fysieks, maar ook als iets emotioneels en moreels. Een man die zijn gevoelens durft te tonen, om hulp vraagt of opkomt voor rechtvaardigheid, wordt juist moedig genoemd. Ook zorgzaamheid, eerlijkheid en kwetsbaarheid kunnen nu tekenen van moed zijn.
Waar mannen vroeger moesten bewijzen dat ze sterk en onverzettelijk waren, ligt de nadruk nu meer op authenticiteit en innerlijke kracht. Mannelijke moed betekent vandaag de dag niet dat je geen angst kent, maar dat je ondanks je angst toch handelt — of dat nu op het werk, thuis of in een moeilijke persoonlijke situatie is.
De manier waarop we naar moed kijken, weerspiegelt dus de tijd waarin we leven: van stoer en hard naar open en menselijk.
Mannen en vrouwen
Mannelijkheid en vrouwelijkheid kunnen beschreven worden vanuit de biologische kenmerken, maar daarmee is niet alles gezegd. Het zijn vooral culturele stereotypen die gedrag, rollen en eigenschappen beschrijven. Cultureel gaat het om maatschappelijke verwachtingen, zoals ambitie voor mannen en zorgzaamheid voor vrouwen. Die verwachtingen kunnen leiden tot ongelijke behandeling. Biologisch gezien zijn er verschillen in genen, hormonen en fysieke kenmerken, zoals spierkracht of ziekteontwikkeling, waardoor mannen en vrouwen verschillen. Veel verschillen tussen individuen zijn echter groter dan die tussen groepen – niet iedereen past in deze stereotypen.
P licht en geweten
In het citaat uit een krant uit 1900 werd gesproken over ‘plicht en geweten’. Wat verstond men hieronder? Rond 1900 vonden veel mensen het heel belangrijk om te leven volgens plicht en geweten. Met plicht bedoelde men dat je moest doen wat van je verwacht werd: je werk goed doen, gehoorzaam zijn, zorgen voor je gezin en je houden aan de regels van de kerk en de maatschappij.
Geweten betekende de innerlijke stem die je vertelde wat goed of fout was. Dit geweten kwam van God als moreel kompas. Een goed mens was iemand die zijn plicht deed – ook als het moeilijk was, die luisterde naar zijn geweten en die eerlijk, trouw en verantwoordelijk was.
De samenleving draaide sterk om orde, discipline en fatsoen. Men was ervan overtuigd dat de wereld beter af zou zijn als iedereen handelde uit plicht en geweten. Van ds. Drost wordt in het aangehaalde citaat gezegd dat hij handelde naar plicht en geweten – een groot compliment dus.
Eerwaarde
Het krantencitaat waarmee dit verhaal begon meldt: ‘WelEerw. stelde de Justitie met de zaak in kennis, die anders waarschijnlijk met het kind begraven zou zijn gebleven.’ Met ‘WelEerw.’ wordt gedoeld op de toen geldende aanspreektitel voor predikanten, nl. weleerwaarde heer. Onze naamgenoot heeft ervoor gezorgd dat de zaak van Johan Tiecken de aandacht kreeg die het verdiende. Het stoffelijk overschot werd zelfs opgegraven in het kader van het onderzoek naar de dood van Johan Tiecken. Op YouTube staan zowel over Neerbosch als over ds. A. Drost interessante filmpjes.
Wim Drost – Ede
Opm: Ds. Drost behoort tot de familietak Tricht.
Dit artikel verscheen eerder in het Mededelingenblad Jaargang 34, nummer 4 – december 2025
