We willen evenwel thans niet eindigen zonder een woord van oprechten dank te brengen aan Ds. Drost te Angerlo, die den mannelijken moed had, te doen, wat plicht en geweten hem voorschreven. WelEerw. stelde de Justitie met de zaak in kennis, die anders waarschijnlijk met het kind begraven zou zijn gebleven.(Graafschapsbode, 17-2-1900) In februari 1900…
